De geschiedenis van de Zwarte Beertjes (1955-2005)

FaceBook  Twitter

De beginjaren en de jaren van overvloed (1955-1970).

 

Het eerste beertje verscheen in juli 1955 bij A.W. Bruna & Zoon, Utrecht. De productie was toen nog vrij laag, zowel in aantal (het eerste jaar ca. 20) als in oplaag. De prijs bedroeg toen 150 cent. Door het succes van de formule nam de productie en de oplaag gestadig toe en bereikte een hoogtepunt in de zestiger jaren met een jaarlijkse productie van zo’n 120 nieuwe beertjes per jaar (dus exclusief herdrukken!). Ook de oplages namen gestadig toe. Ter illustratie; de eerste Fleming’s (voor 1963) haalden met pijn de twaalfduizend exemplaren. Maar toen kwam de film Dr. No, (1965?)en Bruna drukte er in veertien dagen tijd een miljoen (verdeeld over dertien titels) uit!!

 

Vanaf 1961 worden de beertjes ook in België uitgegeven. De “distributeur” voor België was Uitgeverij Gerard & Co., Borgerhout. In ruil voor deze dienst trad Bruna op als verspreider van de Maraboe (Gele reeks) pockets (ca. 100 deeltjes uitgegeven over de periode 1961-1967). In 1967 wordt A.W. Bruna & Zn., Antwerpen opgericht. Vanaf die tijd verschijnt er in de beertjes op de titelpagina als uitgever A.W. Bruna & Zoon, Utrecht/Antwerpen. Bruna probeert ook nog de Maraboe pocket reeks, maar nu als Zwarte!! Reeks, nieuw leven in te blazen, maar niet echt succesvol (zo’n 35 deeltjes uitgegeven over 1967-1969).

 

Waarschijnlijk vanwege de Belgische connectie wordt er vanaf 1961 op de achterkant van de beertjes een uitgeverscode gedrukt, (format; aaabbcc) in principe de prijs in centen, het jaar van uitgave gevolgd door de prijs in (Belgische) franken. Ze kosten toen nog steeds 150 cent of 25 Belgische frank. In 1963 wordt de prijs differentiatie zichtbaar op de rug in de vorm van een of meer sterretjes (*). Een (1) sterretje staat voor de standaard prijs, meer sterretjes betekend duurder. In 1963 gaat ook de prijs van het “standaard” beertje omhoog naar 175 cent, en dat zal vanaf dat moment geleidelijk, maar gestaag, toenemen naar het huidige niveau van zo’n 8 a 9 Euro. Dit prijssysteem blijft bestaan t/m 1972. Ook vanwege de “Belgische” connectie worden de beertjes vanaf 1968 voorzien van de Belgische “D-code” (ingevoerd in 1968 en verplichte registratie in België). Maar de hoogtijdagen van het “beertje” (en de pockets in zijn algemeenheid) zijn voorbij en de productie van nieuwe titels daalt naar zo’n 50 per jaar. In 1970 wordt wereldwijd het ISBN ingevoerd, en het is duidelijk dat “Bruna” zichzelf ziet als een middelgrote uitgeverij, want er wordt geopteerd voor een driecijferig code (229), wat een productie “ruimte” inhoud van 9999 uitgaven.

 

Dick Bruna komt in dienst van A.W. Bruna & Zoon in 1950. In 1955 wordt Dick adjunct directeur, en in 1962, samen met Jaap Romijn, directeur van de firma. Jaap Romijn werd adjunct directeur in 1956,  houdt het in 1964 voor gezien bij de firma Bruna, en wordt museumdirecteur in Groningen. Jaap Romijn was de grote promotor van de literaire en kunstzinnige kant van Bruna. Als zodanig was hij de grondlegger van o.a. de jaarlijkse periodieken “Vandaag” en “Literair Akkoord”. “Vandaag” verscheen voor het eerst in de Zwarte Beertjes reeks in 1958 (nr. 125/126), het laatste nummer in de reeks (werd als paperback voortgezet) verschijnt in 1966 (nr. 1038). Literair Akkoord houdt het iets langer vol. Het eerste nummer onder die titel, in de Zwarte Beertjes, verscheen in 1960 (nr. 253) en de laatste in 1971 (nr. 1447). Ook was Jaap mede verantwoordelijk voor de subseries “Kunstpockets” (vanaf 1960) en de “Witte Beertjes” (vanaf 1964). Beide onderdeel van de Zwarte Beertjes hoofdreeks. Ook werd er in 1963 voor de “literaire” kant een nieuwe reeks, in paperback formaat, gestart en wel de Grote Beren.

 

Bij het verscheiden van Jaap Romijn in 1964 is er een maximum in het aantal “spooknummers”; wel aangekondigd en nooit verschenen. Ook in 1968/1969 is er zo’n maximum. Blijkbaar is dit gekoppeld aan management en redactie wisselingen; nieuwe bezems vegen schoon en hebben meestal andere ideeën over hoe het moet!!

 

Waren de omslagen van de eerste beertjes tot 1960 vrijwel allemaal individuele ontwerpen, gebaseerd op de titel of de inhoud van het beertje (zo’n 80% van de hand van Dick Bruna), de toenemende bemoeienis van Dick met het Bruna management en de grote productie van nieuwe titels, noopten tot rationalisatie en standaardisatie van de omslag ontwerpen. Of te wel er werden basis ontwerpen gemaakt voor auteursreeksen en thematische reeksen. B.v. de gestileerder pijp voor de Maigret’s deed z’n intrede in 1962 en de gestileerde “Schaduw” in 1965. Maar er zijn nog talloze andere voorbeelden van deze rationalisatie te onderscheiden. Vanaf 1966 tot en met 1970 bedroeg de bijdrage van Dick Bruna als verantwoordelijke voor het ontwerp zo’n 95%. Daarna begint de afbouw.

 

Er is nog een ander gegeven uit die beginjaren, die ook later gevolgen zal hebben voor de Zwarte Beertjes. Reeds in 1909 werd “Bruna” gesplits in twee autonome delen nl. de “Uitgeverij” en de “Spoorwegboekhandel”. In 1963 wordt Bruna N.V. opgericht voor deze laatste tak en in 1967 neemt de nieuwe N.V. deel in “Meulenhoff-Bruna N.V.” (import boeken, tijdschriften etc.).

 

De zeventiger jaren. Waar gaan we naar toe?

 

In die jaren worden er verschillende nieuwe pocket series naast de Zwarte Beertjes uitgegeven, zoals:

  • Fantasy & Horror 1971-1976. (29 deeltjes)
  • Science Fiction 1971 – 1980 (110 deeltjes)
  • Crime Classics 1972-1975 (23 deeltjes).
  • Sprookjes, Mythen & Sagen 1973-1978 (20 deeltjes).

En binnen de hoofdreeks, de subserie  “Bruna Culinair” 1976-1977 (10 deeltjes).

 

In 1972 verdwijnt de uitgeverscode, met daarin de prijs in centen en franken van de achterkant van de omslag. Er is nog steeds een standaard prijs voor de beertjes, maar die bedraagt nu 295 cent of 45 frank. De prijs aanduiding verdwijnt, maar “speciale” (dus duurdere) beertjes zijn nog wel herkenbaar. In eerste instantie door ze, als opvolger van de sterretjes, van twee beertjes op de rug te voorzien. Vervolgens als (als zodanig gemerkt!) “Bruna Specials” uit te geven of gewoon de prijs achterop in guldens en franken te vermelden. In 1974 houden ze op met prijsvermeldingen en dat keert pas in 1979 terug. Er is nu eigenlijk geen sprake meer van een standaard prijs, ieder beertje op zich is gewoon afzonderlijk geprijsd, maar nog wel in guldens en franken.

 

Ook de bijdrage van “Dick” aan het omslagontwerp neemt zienderogen af. Over de periode 1971-1975 was dat nog 70%, en over 1976-1980 is dat inmiddels gedaald tot 20%. Het aantal nieuw uitgegeven beertjes is vrijwel stabiel over de periode 1974 -1979 op zo’n 50 per jaar. Maar dan komen de tachtiger jaren…

 

De tachtiger jaren; het Elsevier tijdperk.

 

In 1980 neemt het Elsevier concern “Bruna” over. Dat betekende het einde van “Bruna” als zelfstandige en onafhankelijke uitgeverij. Of die overname inclusief Bruna N.V., de boekhandel, was, is mij niet bekend. Maar een en ander heeft verstrekkende gevolgen voor de Zwarte Beertjes reeks.

 

Ergens begin 1981 wijzigt de locatie van de uitgeverij in België, en voortaan staat er op de titelpagina A.W. Bruna & Zoon, Utrecht/Aartselaar. Dat is echter van korte duur. Nog steeds in 1981 verandert de naam op de titelpagina weer. Het wordt nu Bruna Pockethuis B.V., Leeuwarden. Tegelijkertijd verdwijnt het Belgische D-nummer uit de beertjes en de ISBN code veranderd van 90 229 xxxx y in 90 449 xxxx y. De prijs komt wel terug op de achterkant. Maar nu alleen maar in guldens.

 

Ook Bruna Pockethuis B.V., Leeuwarden is geen lang leven bezworen. In 1982 al verhuizen ze, en staat er Bruna Pockethuis B.V., Utrecht. Ergens eind 1983 is ook dat voorbij, en verschijnt er kortstondig Bruna Pockethuis B.V., Utrecht/Antwerpen. Tegelijkertijd keert het “D-nummer” terug. Maar niet de prijs in franken. Na die korte periode, met ingang van 1984, verdwijnt de naam Bruna van de titelpagina en staat er “Zwarte Beertjes”. Of te wel, “Zwarte Beertjes” is nu een zelfstandig fonds, weliswaar binnen de Bruna Uitgeverij, want de naam “Bruna” blijft in het colofon als copyright houder gehandhaafd. De prijs aanduiding is nu (vrijwel voorgoed) verdwenen van de omslag. Die komt indirect weer terug in 1990 wanneer de barcode op de achterkant wordt ingevoerd. De connectie met België staat nu luidt en duidelijk in het colofon wat vermeld: “Zwarte Beertjes worden in de handel gebracht door: A.W. Bruna & Zoons Uitgeversmij. b.v., Postbus 8411, 3503 RK Utrecht en A.W. Bruna en Zoon n.v., Antwerpsesteenweg 29A, 2630 Aartselaar”

 

Dick Bruna heeft inmiddels in 1982 de firma “Bruna” definitief en voorgoed de rug toegekeerd. Toch duurt het tot 1968 voor de naam “A.W. Bruna & Zoon” gewijzigd wordt in “A,W, Bruna Uitgevers B.V.”.

 

Om het vervolg te kunnen plaatsen, is het noodzakelijk om naar de geschiedenis van Elsevier te kijken. Eind zeventiger, begin tachtiger jaren had Elsevier (ISBN code 90 10 xxxxx y; of te wel een grote uitgeverij tot 99999 titels),  een grote expansiedrift. De ene na de andere uitgeverij werd opgekocht, waaronder dus Bruna. Elsevier gaf zelf ook toen al “algemene” boeken uit. In 1979 werd voor die algemene boeken het fonds (divisie?) “De Boekerij” opgericht, maar Elsevier bleef onder eigen naam zelf ook nog algemene boeken uitgeven en “De Boekerij” gebruikt de Elsevier 90 10 xxxxx y code. Vanaf 1983 t/m 1985 is er dan ineens een “gat” in De Boekerij uitgaven, maar in 1986 stopt Elsevier, als Elsevier, definitief met het uitgeven van algemene boeken, en keert De Boekerij in volle glorie terug. Maar nu met z’n eigen ISBN 90 225 xxxx y.

 

Kortom het was over de periode 1981-1985 een zootje bij het Elsevier concern. Dat is duidelijk zichtbaar in de Zwarte Beertjes reeks. Het is het absolute hoogtepunt van wel aangekondigde, maar nooit uitgegeven nummers. Allerlei samenwerkingsverbanden, die “Bruna Zwarte Beertjes” had met andere uitgeverijen worden plotseling verbroken, zoals met b.v. Loeb (copyright houder van o.a. de Garfield reeks), en andere samenwerkingsverbanden, met uitgeverijen binnen het Elsevier concern, komen er voor in de plaats. Wel maakt de nieuwe Zwarte Beertjes redactie een vliegende start, in 1980 gaat de productie van nieuwe titels naar zo’n 90 per jaar, maar dat daalt geleidelijk naar het oude niveau van zo’n 50 per jaar in 1985/1986 om vervolgens in 1987/1988 een dieptepunt te bereiken van een productie van zo’n 25 nieuwe titels per jaar.

 

Een paar woorden over Loeb uitgevers bv, Amsterdam. Deze uitgever is nauw verbonden met de Zwarte Beertjes reeks. ZB 2096 & 2149 (resp. 1983 & 1984) vermelden op de titelpagina als uitgever: “Bruna Pockethuis B.V., Utrecht/Loeb, Uitgevers BV, Amsterdam”. Er staat zelfs “loeb” op de rug boven het beertje. In ZB 2421 (1991) staat met duidelijke letters in het colofon: “Deze uitgave is een co-produktie met Loeb, uitgevers b.v., Amsterdam.”  Waar komt deze uitgever vandaan en waar is hij gebleven?

 

Loeb duikt voor het eerst op in mijn database in 1980 met ISBN code 90 6213 xxx y. die ze houden tot en met 1985 in 1985 duikt ook de ISBN code 90 379 xxxx y (Loeb/Udima) op, hoewel daarnaast ook de oude code nog gebruikt wordt tot 1988. Na 1990 zie ik geen Loeb publicaties meer (behalve dus dat ene Zwarte Beertje). Loeb moet in zijn tijd Nederlands kampioen goedkope uitgaven geweest zijn. Veelal paperbacks en pockets, voornamelijk anthologieën, bundels en titels waarvan het copyright niet meer te achterhalen was of zeer goedkoop verkrijgbaar. Het is dus des te verwonderlijker dat ze over de periode 1982-1985 ineens een tamelijk luxe gebonden editie uitbrachten van het complete werk van Jules Verne, waar de rechten duidelijk (via de blauwe bandjes) bij Elsevier lagen en er nog steeds, nu bij De Boekerij, liggen. Een andere luxe uitgave was een gebonden versie van “Raiders of the lost ark” uitgebracht in 1983 door zowel Loeb als K-tel, ook een kampioen van goedkope uitgaven, en ontduiking van de verticale prijsbinding voor boeken. Evenals de Hema, die ook nauwe banden had met Loeb. Later, in 1991, wordt “Raiders” dus uitgebracht als ZB 2421. Loeb moet een ingang gehad hebben, zeer waarschijnlijk via Bruna, naar Elsevier, en is er mogelijk, toen de zaak onder feitelijke controle kwam bij De Boekerij, meteen uitgesmeten. Toevallig weet ik dat de directeur van Loeb en een freelance, (ex)redacteur (ook van hem, met naam, toenaam en vriendin, zijn duidelijke sporen te vinden bij K-tel en Hema) van “Bruna” goede vrienden waren. Bovendien hadden ze gemeen dat geen van beiden het erg nauw nam met betaling van rechten, tenzij ze er zelf beter van werden. Dus mogelijk is hier sprake geweest van een keurig opzetje in de chaos van de Elsevier acquisitie en bijbehorende reorganisaties.

 

In 1982-1985 wordt er een Zwarte Beertjes Hobby reeks uitgegeven, aantal deeltjes onbekend, en de productie lag bij Zuidbroek. Na 1985 wordt de reeks door Bruna voortgezet, maar zonder de aanduiding Zwarte Beertjes en bijbehorend logo. Ook werd in 1983-1984 een Zwarte Beertjes Jeugd reeks uitgegeven van zo’n 25 deeltjes.

Keren we terug naar Elsevier. In 1979 fuseerde Elsevier met de Nederlandse Dagbladunie, en werd de naam Elsevier-NDU. Een citaat van Elsevier-Reed website. “Onder Pierre Vinken, die in 1982 de leiding over het concern krijgt, wordt de bedrijfsstructuur verandert, wat een directere bedrijfsvoering tot gevolg heeft. De jaren tachtig verlopen voor Elsevier succesvol en er wordt een hele reeks van overnames gepleegd, vooral van academische uitgeverijen. In 1991 neemt Elsevier de belangrijke wetenschappelijke uitgeverij Pergamon Press over van Robert MaxwellIn 1992 besluiten Elsevier en Reed International om hun activiviteiten te bundelen. De fusie van de activiteiten gaat per 1 januari 1993 in. In de loop van de jaren negentig worden door het nieuw gefuseerd bedrijf een reeks van overnames gepleegd, waarbij professionele uitgaven op de voorgrond komen. In 1995 worden de krantenactiviteiten in Nederland overgedaan aan PCM en Reed Elsevier gaat zich nu helemaal toeleggen op de meer lucratieve professionele informatievoorziening.

En zo gaan we de jaren negentig in…

De jaren negentig; PcM en het verval van normen en waarden.

Wat gebeurde er met de algemene boeken divisie van Elsevier in het begin van de negentiger jaren? Het is duidelijk dat alle niet academische uitgeverijen geconcentreerd zijn in een divisie. De Zwarte Beertjes suggereren dat de hele handel verkocht werd aan de Pers Combinatie, die later onder de naam PcM ook de krantenactiviteiten overneemt. De PcM website meldt dat de naam PCM en zijn huidige structuur gestalte kreeg in 1995 met de acquisitie van een 100% belang in Meulenhoff & Co. Ze hadden toen al 44%.

Elsevier had al een middelgrote Belgische (literaire) uitgeverij gekocht, nl. “Manteau” (ISBN code 90 223 xxxx y), en vanaf 1980 gebruikt Manteau 90 10 xxxxx y, de Elsevier code. De 90 223 xxxx y code wordt in 1985 weer in ere hersteld. Of de overnames door Elsevier ook de grote (ISBN code 90 02 xxxxx y) Belgische uitgeverij “Standaard Uitgeverij” (met net als Bruna, een aparte boekhandel tak) inhield weet ik niet. In ieder geval is het vanaf het allereerste begin van PcM onderdeel van dat concern. In 1991 verdwijnt de Belgische D-code definitief uit de Zwarte Beertjes, en ook de vermelding dat ze in de handel gebracht worden door “Bruna, Aartselaar”. Dus hoogst waarschijnlijk is de distributie voor België overgenomen door de “Standaard”.

Ook in 1992 wordt de samenwerking met Uitgeverij Veen (ISBN code 90 204 xxxx y) verbroken. Er waren vanuit het verleden vrij veel contacten met “Bruna” en je kunt in verschillende beertjes lezen: “Eerder verschenen bij Veen”. Veen gaat blijkbaar op in een ander concern wat ook Uitgeverij Contact (ISBN 90 254 xxxx y; imprints o.a. “Piramide” en “Pandora Pockets”.) onder zijn hoede had, want vanaf die tijd gebruiken ze de Contact ISBN code. Ook dat heeft consequenties voor de beertjes. In 1991/1992 werd de reeks “James Bond: 007” heruitgegeven. De serie was gepland op 20 deeltjes, en omvatte naast de Fleming ook de John Gardner bijdragen (nrs. 2069, 2135, 2172, 2214 en 2304). De serie heeft naast (of liever boven) de gewone Zwarte Beertjes nummering ook een individuele nummering van 1 t/m 20 op de rug. Voor de Gardner’s lagen de copyrights bij Uitgeverij Veen. Maar als gevolg van de verbroken samenwerking in 1992 is de geplande nummer 19 (ZB 2214) dus nooit in de Zwarte Beertjes reeks verschenen.

Een verdere karakteristiek van die negentiger jaren is het verdwijnen van de copyright weergave voor de omslag en auteur (behalve als die Nederlands is). Het enige copyright wat nog vermeld wordt is het copyright van de vertaling, en die berust steevast bij A.W. Bruna Uitgevers N.V., Utrecht. Ook de diversiteit van het fonds, zo karakteristiek voor de Zwarte Beertjes verdwijnt. Tot 1995 zie ik alleen maar “spannende” boeken; NUGI 331 thrillers, en NUGI 332 detectives. In 1995 komt daar een contingent NUGI 333, oorlog, bij. In 1997 komt er een nieuweling NUGI 223 (Jeugd) in de PcM familie, waar de Zwarte Beertjes inmiddels zijn gereduceerd tot “merk”, en men krijgt er een nieuw merk bij de “Zwarte Beertjes Junior”. En dat blijft zo tot en met 2001, maar dat is een ander verhaal.

Een ander “teken” van de teloorgang van de normen en waarden in die tijd is het opduiken van de “Uitgeverij Areopagus”, een imprint van de boekenclub ECI voor het verspreiden van ramsj van andere uitgeverijen voornamelijk uit de PcM familie. Ze deden dat op de meest goedkope manier. Het enige wat veranderd werd was de titelpagina, want daar kwam nu Uitgeverij Areopagus te staan. Voor de rest veranderde er niets, niet de omslag (inclusief logos), niet het ISBN, het colofon; gewoon niets. Een absolute nachtmerrie voor een verzamelaar, want je moet echt op de titelpagina kijken om te weten dat je geen origineel maar een ramsj heruitgave hebt. Bovendien zijn ze niet te dateren omdat er niets aan de originele datums van het colofon veranderd is. Dit is wat ik vindt in mijn database aan ISBN nummers voor “Areopagus”:

·         90 269 xxxx y (Van Holkema & Warendorff), ongedateerd.

·         90 410 xxxx y (Van Reemst) ongedateerd.

·         90 5112 xxx y (Zuid-Hollandsche; ook vanaf 1980 “eigendom” van Elsevier). Ik heb dus zowel de Areopagus als de originele uitgave van een bepaalde titel en die zijn beide gedateerd 1992.

·         90 5109 xxx y, slechts een uitgave, geen ander match met ISBN, ongedateerd. De “echte” Areopagus ISBN?

·         90 229 xxxx y (Bruna), een (1) gedateerd in 1996.

·         90 6790 xxx y (Kadmos), ongedateerd.

·         90 5108 xxx y,(ECI), datering 1989-1995.

·         90 225 xxxx y (De Boekerij), datering 1993.

·         90 261 xxxx y (Fontein), datering 1995.

·         90 351 xxxx y (Bert Bakker), datering 1997.

·         90 245 xxxx y (Luitingh-Sijthoff), datering 1998. Maar dit is het vervolg op een titel die ze onder het ECI ISBN 90 5108 xxx y al uitgebracht hadden.

En last-but-not-least, heb ik vijf Areopagus uitgaven met ISBN 90 449 xxxx y, Zwarte Beertjes dus. Dat zijn: 2805 (1998), 2874 (2000), 2877 (1994), 2879 (1999) en 2943 (2001). Ze verschillen alleen in detail van de “echte” Zwarte Beertjes”. De omslag is exact hetzelfde, voor de eerste vier is de naam “Zwarte Beertjes” plus het beertjes logo van voor- en titelblad verdwenen en op het titelblad vervangen door “Uitgeverij Areopagus”. De laatste heeft nog wel een beertjes logo binnenin, maar ook hier ontbreekt de naam Zwarte Beertje, en, evenals bij alle anderen, het nummer van de beertje binnenin (op de rug staat het uiteraard wel!). Bovendien staat in het colofon van de laatste 4 te lezen: “”Licentie-uitgave: E.C.I., Vianen.”. Of dat ook in de echte beertjes staat weet ik niet, want ik heb die gewoon niet.

 

Dateringen zijn uiteraard volkomen onbetrouwbaar, maar uit wat er gedateerd is, kun je afleiden dat Areopagus het licht zag, omstreeks dezelfde tijd dat PcM in zijn huidige vorm gestalte kreeg. Het heeft in ieder geval tot en met 2001 bestaan. Maar het is duidelijk dat met uitzondering van Kadmos, Fontein en die ene Luitingh-Sijthoff, het allemaal uitgaven zijn van de grote PcM familie. Wat er van Kadmos geworden is weet ik niet, maar na 1990 komen ze in mijn database niet meer voor. Fontein bestaat nog steeds, maar die ene titel onder hun ISBN van Aeropagus, heeft wel het logo van uitgeverij “In den Toren” (ISBN 90 6074 xxx y), volgens mijn database actief over de jaren 1992-1994 en met alle kenmerken die ook bij Loeb aanwezig waren!! Er zijn ook een aantal Zwarte Beertjes (Bruna) auteurs/titels uitgegeven door die club (als Toren pockets) zoals Frederick Forsyth, en Janwillem van de Wetering (Grijpstra en de Gier).

De eenentwintigste eeuw. Het begin van de ondergang?

Aan het begin van de eenentwintigste eeuw bemerken we een rigoureuze reorganisatie van PcM op het gebied van de divisie “Algemene Boeken”. De “imprint” M (een “merk”) wordt opgericht, en die combineert in feite het fantastische fonds van Het Spectrum en Meulenhoff. De rechten van de detectives (Ruth Rendell!) gaan over naar Bruna Uitgevers. Een van de meest positieve punten van de reorganisatie is dat in ieder geval de nep uitgever Areopagus van het toneel verdwijnt. De ramsj uitgaven (via het ECI) worden nu voortgezet door The House of Books. Ze duiken voor het eerst in mijn database op in 2000, maar ze hebben wel een eigen ISBN (90 443 xxxx y) en een duidelijk herkenbaar logo (THB). Ook voor de Zwarte Beertjes staat er iets op stapel. In 2002 probeert de toenmalige Bruna redactie het tij te keren en de toch nog steeds tamelijk succesvolle Zwarte Beertjes reeks onder hun beheer/controle te houden.

Alvorens op dit laatste in te gaan eerst een paar woorden over het boegbeeld van de beertjes; het zwarte beertjes logo. In den beginne (1955) was er een zwartgelijnd beertje, omgeven door een eveneens zwartgelijnd dubbel vierkant kadertje. Toen ze in 1955 begonnen met de Zwarte Beertjes werd er op alle voor- en achterkanten (behalve de fotopockets)  en binnenin dat logo gedrukt. Maar niet op de rug (die ook geen nummer bevatte). Op de rug verscheen het beertje in de laatste helft van 1959. Ze kwamen er kennelijk al snel (nog dat zelfde jaar) achter dat er op een beertje van normale “standaard” dikte eigenlijk geen plaats was voor de twee kadertjes. Dus er bleef alleen het overbekende beertje zonder kader over; althans, op de rug. Het duurde tot 1962, in het kader van de rationalisatie, voor het ook op de voor- en achterkant en binnen de “kadertjes” verdwenen. De laatste keer dat het beertje met dubbel kader opduikt in mijn collectie is op een herdruk van een Havank uit 1968. Vanaf die tijd is er eigenlijk maar een (1) beertjes logo meer.

Echter in 2002, mogelijk in een poging het tij te keren, verschijnt er plotseling een nieuw beertjes logo. Nou een echt “zwart” beertje, oftewel een zwarte cirkel met daarin, in witte belijning, het beertje. Tegelijkertijd kondigt PcM aan dat Bruna de “witte” beertjes nieuw leven ingeblazen heeft (voornamelijk non-fiction). En jawel, het logo wat hier gebruikt wordt is het negatief van het “zwarte” beertje of te wel een witte cirkel met daarin een beertje in zwarte belijning. Dat is geen lang leven beschoren. Nog datzelfde jaar worden de Zwarte Beertjes geheel re-styled, inclusief de witte beertjes, die voortaan als zwarte beertjes door het leven gaan en opgenomen worden in de hoofdreeks. Maar er gebeurd nog veel meer…

Plotseling wordt de ISBN code 90 449 xxxx y, en de ISBN (volg)nummering (xxxx) koppeling met het Zwarte Beertjes nummer, los gelaten. Er verschijnen nou naast 90 449 xxxx y allerlei andere ISBN codes van de diverse “bloedgroepen” van de PCM familie. Pas eind 2003, krijgen de Zwarte Beertjes weer een eigen identiteit met de code 90 461 xxxx y. Maar er is iets fundamenteels veranderd! Ook in 2002 wordt de laatste “Bruna” relikwie van de beertjes verwijderd. Tot die tijd stond boven de barcode op de achterkant een liggend, lezend zwart beertje. Een Dick Bruna ontwerp uit laat vijftiger jaren! (een affiche met de tekst: “lekker lui liggen lezen”). En er veranderd ook iets met het copyright, die blijft nou bij de originele contribuanten van de titels. Het moeten problematische jaren zijn voor de Zwarte Beertjes redactie, want volgens de “beertjes” pendelen die intussen heen en weer tussen Amsterdam (De Boekerij) en Utrecht (Bruna): We hebben nu “samenwerking”. Het colofon zegt tenminste vanaf 2002: “Uitgegeven door “Bruna Uitgevers B.V., Utrecht” of; “De Boekerij bv, Amsterdam” in samenwerking met Zwarte Beertjes. Die samenwerking strekt zich blijkbaar niet uit tot een andere “hofleverancier” van de beertjes; Unieboek (en associés), want die vermelden geen samenwerking, noch locatie van de Zwarte Beertjes redactie. Er is ook nog steeds een connectie met het ECI, nu dus “The House of Books”, zoals blijkt uit de copyright vermelding in ZB 3342. Maar wel uitgebracht met de ISBN Zwarte Beertjes code van “De Boekerij” (90 461 2xxx y).

Het lijkt dat de “Elsevier” geschiedenis zich aan het herhalen is. Na een eerste paar jaar waar de “nieuwe” Zwarte Beertjes een productie haalden van zo’, 90 titels per jaar zijn we inmiddels terug op een niveau van 60 in 2005. Dus hoe lang nog, voor we op nul staan? De driecijferige code “461” (9999 titels) duidt op vertrouwen, want in dit tempo kun je er meer dan 100 jaar mee vooruit. Maar wie is er bereid om 8 a 9 Euro neer te tellen voor een pocketuitgave van het leven van Lance Armstrong (zb 3062), het wel en wee van de heksen in Nederland (zb 3301) of de ‘tigste uitgave van “In de ban van de ring”, om eens een paar dwarsstraten te noemen? Ik denk niet dat die de oplages van 75.000 tot 100.000 exemplaren, die in de zestiger jaren gewoon waren ooit zullen halen.

Slotwoord en conclusies

Zoals boeken altijd doen, zijn de Zwarte Beertjes, en hun wederwaardigheden, qua inhoud, styling en oplages, een echte reflectie van het tijdperk waarin ze uitgegeven werden. En dat is nu 50 jaar voor de beertjes, een hele tijd waarin heel wat gebeurd en veranderd is.

Hoe lang zullen de “beertjes” het nog volhouden binnen de PcM familie? Uit de prijzen op de tweedehands markt, de schappen in de winkels en de roulatiesnelheid in het verzamelaarcircuit, krijg ik de indruk dat het niet echt goed gaat in de divisie “Algemene Boeken”. Op het gebied van de fantastische literatuur, waar eens Meulenhoff (Msf) toonaangevend was, heeft M eigenlijk al lang de slag met Luitingh-Sijthoff verloren. En wat is er over van het de eens zo grote en praktisch onaantastbare Van Goor (ook een Elsevier acquisitie uit het begin van de tachtiger jaren) op het gebied van jeugd- en schoolboeken? Nu nog slechts een “merk” in het PcM organogram. De educatieve markt is vrijwel geheel in handen van Wolters-Noordhoff en Malmberg-Van In. Op het gebied van de betere pockets, heeft Zwarte Beertjes, zowel met betrekking tot auteurs, titels en oplage, al lang de slag met Poema verloren. Op het gebied van prijsstelling (lectuur voor de massa; wat ooit ook eens de doelgroep was voor de beertjes)  is Harlequin met de Bouquet-reeks (ook al zo’n 2000 titels sinds begin 1990) en Intiem-reeks (ook over de 1000 titels) toonaangevend. Nee, ’t is geen literatuur, geen aansprekende auteurs, geen prachtige omslagen, maar het verkoopt wel! En ook de kranten business, eens de enige echte kernactiviteit van PcM, loopt niet echt goed zoals we allemaal weten.

Kortom waar gaan we naartoe met de “beertjes”? Ik heb geen kristallen bol, maar de geschiedenis lijkt zich te herhalen (wat ze bijna altijd doet!). In 1980 werd het 25-jarig jubileum van de beertjes “gevierd”, en in 1982 was alleen de naam “Bruna” nog over van de uitgever die ze ooit tot grote hoogte gestuwd had. In 2005 “vierden” we het 50 jarig jubileum. Zelfs de naam “Bruna” is er nu alleen nog maar zijdelings bij betrokken. Kunnen we over een paar jaar constateren dat het jaar 2005 de inleiding was van de definitieve begrafenis van het fenomeen Zwarte Beertjes?

De Zwarte Beertjes blijven een interessant fenomeen uit de vorige eeuw. Maar wat is de waarde van de “oude” beertjes, hoeveel echte verzamelaars zijn er eigenlijk? Ter illustratie mijn meest recente ervaring. Op zoek zijnde naar wat oude ongenummerde Peter Cheney’s, was ik eerst een aantal tweedehands boekwinkels afgelopen waarvan ik uit ervaring wist dat die een hoop beertjes hadden. Geen Peter Cheney te vinden (wel Simenon’s, maar ook geen Charteris, en Havank’s slechts mondjesmaat). Bij navraag, waar de Cheney’s waren kreeg ik te horen dat die bij gebrek aan vraag, inmiddels in het oud papier verdwenen waren. Gelukkig vond ik uiteindelijk in een “kringloop”, een aantal Cheney’s net voordat ze ook daar in het oud papier verdwenen. Ze waren netjes gebundeld per acht stuks (minimaal twee ongenummerde uit 1955/1956 per bundel) en de kosten 1 volle Euro per bundel!

Tot slot gaat mijn dank uit naar de enthousiaste en soms fanatieke verzamelaars van het “prikbord”. Mensen zoals Frans van Mourik, Peter Knollema, Erik Greijdanus en Durk Stelwagen, die met hun niet aflatend enthousiasme, voortdurende vragen en kritische opmerkingen mij geïnspireerd hebben om het fenomeen Zwarte Beertjes in hun (cultuurhistorisch) tijd perspectief te plaatsen. Het is duidelijk dat hun geschiedenis, de gebeurtenissen, personen en uitgevers, die in de loop der jaren hier bij betrokken zijn geweest, een grote invloed gehad hebben op de reeks, en bovendien verklaart het een hele hoop van de schijnbaar raadselachtige fenomenen zoals “spooknummers”, sterretjes, subseries en andere rand-, maar daarom niet minder interessante, verschijnselen.

Bronnen:

 

·         “De Buste van Beets” – honderd jaar Bruna 1868-1968.

·         Diverse websites.