de drukkers van de beertjes

FaceBook  Twitter

Inleiding:

Wie heeft de Zwarte Beertjes gedrukt? Niet alle boekjes vermelden een drukker, maar er is toch wel een duidelijk patroon zichtbaar, zowel in het beleid van de uitgever t.a.v. het colofon, als wel t.a.v. de gunning van de druk contracten. Hier onder een kwalitatief en kwantitatief overzicht.

De drukkers:

Slechts 46,5% van de boekjes vermeld een drukker, maar dat is enigszins een vertekend beeld, omdat er grote variaties zijn in de vermelding van de drukker per jaargang.

 

Eerst de belangrijkste “huisdrukkers” in volgorde van afnemende vermelding, als percentage van het totaal aantal vermeldingen:

 

Drukker

% vermeldingen

 

 

Bosch – Utrecht (Van Boekhoven-Bosch, Utrecht; vanaf 1970)

42,9

Tulp – Zwolle

32,8

Mouton – Den Haag

15,5

Holland – Amsterdam

2,4

Wohrmann - Zutphen

2,0

 

  

In volgorde van afnemende vermelding, t.o.v. het totaal aantal vermeldingen, volgen de “nichedrukkers”, die alleen maar vermeld worden voor specifieke series:

 

Drukker

Reeks

% vermeldingen

 

 

 

De IJsel – Deventer

Kunstpockets

1,95

WSOY – Finland

Blauwe James Bond

0,59

Cartoprint – Den Haag

Charles M. Schulz Pockets

0,55

 

 

 

 

Overige vermelde drukkers waren blijkbaar gelegenheidsdrukkers, die slechts 5 keer of minder voorkomen:

 

Veenman, Wageningen               : Vermelding voor 5 pockets van W.H van Eemlandt.

Benedictus, Rotterdam                : Vermelding ZB 80, 86 & 90 (1957).

Vonk, Zeist                                        : Vermelding ZB 1804 (1978 & 1980), ZB 1815 (1979)

J. van Boekhoven, Utrecht         : Vermelding ZB 128/129 (1958/1959?)

Vada, Wageningen                        : Vermelding ZB 157/158 & ZB 321/322 (1960).

Holdert & Co., Amsterdam         : Vermelding ZB 963 & 967 (1966).

 

De “enkelingen” in chronologische volgorde van verschijnen:

 

Drukkerijen vh Ellerman Harms NV                                                       : ZB 49/50 (1956)

Joh. Enschede en Zonen Grafische Inrichting N.V. – Haarlem    : ZB 446 (1961)

Nederlandse Rotogravure Mij. N.V., Leiden*                                   : ZB 475/476 (1961)

Pas & Co, Middelharnis                                                                               : ZB 680 (1963)

Drukkerij Jan de Lange, Deventer                                                          : ZB 1107 (1967)

Van der Horst N.V. – Utrecht                                                                   : ZB 1436 (1971)

Grafischer Grossbetrieb Volkerfreundschaft                                    : ZB 1782 (1978)

 

*Komt ook voor als “Rotogravure Maatschappij, Leiden”, in combinatie met “Bosch – Utrecht” voor ZB 204/205, 211/212, 216/217 en als “Rotogravure, Leiden”, in combinatie met “Mouton, Den Haag”voor ZB 267/269. Allen 1ste druk 1959.

 

Marktaandeel:

De percentages relatieve bijdrage aan het aantal vermeldingen zijn echter bedrieglijk. Er zijn grote verschillen voor het aantal vermeldingen per jaargang t.o.v. het totaal aantal boekjes (her) uitgegeven in dat jaar. Dat is duidelijk te zien uit het onderstaande grafiekje waar het aantal vermeldingen per jaar is uitgezet als percentage van het totaal aantal uitgegeven boekjes in dat jaar, tegen het jaartal.

 

 

Over de periode 1955-1960 bedraagd dat relatieve percentage zo’n 80 a 90 %, daarna daalt het vrijwel continue to 0 % in 1977, waarna het percentage vrij steil stijgt om in 1982 100 % te bereiken en vanaf 1987 weer even steil te dalen naar 0 % in 1990. Afgezien van 1 vermelding in 1995, komen er dan eindelijk vanaf 2002 weer wat vermeldingen, maar het percentage komt nergens boven de 5 % van het totaal.

 

Het totaalbeeld en het werkelijk belang van de drukkers in de beertjes productie wordt dus sterk beinvloed door het aantal vermeldingen in de boekjes. De drukker wordt slechts vermeld in minder dan 50% van de gevallen. Zo ziet het totaalbeeld er uit:

 

 

Hoe ziet het er uit over de jaren? Onderstaand grafiekje laat de relatieve bijdrage zien van de huisdrukkers aan het aantal vermelding per jaar over het aantal jaren van het bestaan van de beertjes.

 

 

In de eerste 20 jaar (1955-1976) wordt het drukwerk hoofdzakelijk uitgevoerd door Bosch, Utrecht. Gedurende zo’n jaar of tien, 1960-1970, de topjaren van de beertjes productie, ging er ook een substantieel deel naar Mouton, Den Haag. Holland, Amsterdam speelde slechts een bescheiden rol rond 1960, evenals overige drukkers. In het jaar 1977 (22 jaar in het leven van de beertjes) waren er helemaal geen vermeldingen in het colofon omtrent de drukker.

 

Daarna gedurende zo’n 10 jaar, 1978-1987 (hoofdzakelijk de Elsevier periode), is Tulp, Zwolle vrijwel de enige drukker die vermeld wordt, en bovendien werd in deze periode in bijna 100 % van de uitgaven de drukker vermeld. Tulp had blijkbaar een exclusief contract in die periode.

 

In schril contrast tot de Elsevier periode, neemt vanaf 1988 het aantal vermeldingen van de drukker in het colofon drastisch af. In feite is er over de hele periode 1990-2001 eigenlijk geen enkele vermelding meer over de drukker in het colofon. Dat is niet echt uitzonderlijk, want in de eerste 10 jaar van het PCM bewind, was het colofon zeer karig met mededelingen; vrijwel geen jaartallen (wel een © datum, die zeer vaak niet overeenkwam met het uitgifte jaar), nergens enige vermelding van wie of wat er verantwoordelijk was voor de omslag en dus ook geen vermelding van drukker. Na 2002 komt die vermelding mondjesmaat terug. Als er vanaf 1988 al een drukker vermeld was, dan was dat zonder uitzondering Koninklijke Wohrmann, Zutphen. Er zijn geen andere vermeldingen gevonden. Mogelijk betekend dat, dat in die periode Koninklijke Wohrmann de huisdrukker was. Dat zou in ieder geval verklaren, waarom in de Gouden Beren te lezen staat “…met dank aan Koninklijke Wohrmann..”, suggererend dat die ze gratis gedrukt heeft, en dat doe je alleen voor een hele goeie klant over een groot aantal jaren.

 

De “beertjes” drukker?

 

Er was, gedurende welke periode dan ook, geen specifieke ”beertjes-drukker”. Er was wel een “huisdrukker” van de uitgeverij, want ook in de niet beertjes uitgaven is exact hetzelfde  patroon herkenbaar. Zelfde drukkers, en zelfde beleid omtrent vermelding van de drukker in het colofon als bij de beertjes. Ook veel stijlwijzingen in de beertjes waren wijzigingen in het marketing beleid van de uitgever, en niet zo zeer een exclusieve re-styling van de beertjes.

 

Een en ander  is ook zichtbaar in de afgeleide series; in chronologische volgorde:

 

Academische Zwarte Beertjes; 1962-1963: Vrijwel allemaal gedrukt door Bosch – Utrecht.

 

Grote Beren; 1963-1970               : 34 % vermeldingen; daarvan 82 % Bosch – Utrecht.

Grote Beren; 1984                          : 95 % vermeldingen; alle Tulp – Zwolle.

 

Bruna Science Fiction; 1971-1980: 13 % vermeldingen; daarvan 53 % Bosch – Utrecht & 40 % Tulp – Zwolle.

 

Zwarte Beertjes Jeugd; 1983-1984                          : 100 % Tulp – Zwolle.

Zwarte Beertjes Hobby; 1983-1984        : 100 % Vonk – Zeist.

Er zijn maar een paar Zwarte Beertjes (rond 1980) die ook door deze laatste drukker gedrukt zijn. Echter, de “hobby’s” werden wel op de markt gebracht door Bruna, maar geproduceerd door Zuid Boekproducties – Best, die waarschijnlijk dus ook de drukker contracteerde.

 

Witte Beertjes; 2002: Nog geen vermelding van de drukker aangetroffen.

 

Samenvatting:

 

Er zijn drie duidelijke perioden in het drukkersleven van de beertjes te zien:

 

1955 – 1976: Gedomineerd door Bosch – Utrecht, met een substantiele bijdrage van Mouton – Den Haag

1977 – 1987: Gedomineerd door Tulp – Zwolle

1988 – 2009: Waarschijnlijk gedomineerd door Wohrmann – Zutphen

 

Proportionele verdeling van de relatieve bijdrage van de “drukkers”, per periode, over alle beertjes uitgegeven vanaf 1955 tot heden levert dan het volgende beeld op voor wie er gedurende meer dan 50 jaar verantwoordelijk was voor de papier en beertjes productie: